geselecteerd als gefixeerd bericht

Welkom op mijn weblog met recente kladbloks.


waar is het licht?

15 November 2006
By on 02:41
Discutabele discodiscriminatie.

De laatste weken zie ik in kranten en televisieprogramma’s weer een aantal allochtone islamitische jongeren hun verontwaardiging uiten over discriminatie door discotheken die hen de toegang zouden weigeren omdat ze allochtoon zijn.
Dat ze gediscrimineerd worden is niet alleen een hardnekkige overtuiging in eigen kring, er zijn ook veel Nederlanders die aannemen dat hier sprake is van discriminatie. Hoewel het minder wordt, zijn er nog steeds politici die zich door allochtone jongeren op sleeptouw laten nemen en met hen langs discotheken gaan. Vaak is hun conclusie, zie je wel dat er wordt gediscrimineerd. Zelfs het niet als allochtonenknuffelaar bekend staand 2-kamerlid Ger Wilders liet laatst weten discodiscriminatie af te keuren.
Echter, iedereen die in dit verband nog in discriminatie geloofd, is op het verkeerde been gezet. Strikt juridisch is de verwijzing naar discriminatie twijfelachtig. Wie acht slaat op het achter ‘discriminatie’ verborgen sociaal probleem, zal zien dat discotheken weinig keus hebben en terecht een toegangsbeleid voeren. Een afwijzing is als regel gebaseerd op sociale gronden, gerelateerd aan de groep die al binnen is.
Wat is er aan de hand? Naar discotheken gaan alleen allochtone jongens. Als ze daar een allochtoons meisje zouden aantreffen, zouden zij, en met hen heel de allochtone gemeenschap, er schande van spreken. Ze zouden haar een hoer noemen.
Allochtone jongens komen dus niet in discotheken om daar allochtone meisjes te ontmoeten. Die blijven als regel netjes maagdelijk thuis tot hun ouders een huwelijk voor ze hebben gearrangeerd.
De allochtone jongens gaan naar de disco om pret te maken, liefst met meisjes. Een partner zoeken ze daar niet, hun cultuur heeft daarvoor andere arrangementen. Hun aanwezigheid geeft problemen bij de andere bezoekers waarvan de instelling overwegend democratisch is: je mag best met onze meisjes dansen en plezier maken, maar dan moeten wij dat kunnen met die van jullie. Maar allochtone meisjes laten zich maar zelden in de discotheek zien.
Discotheken houden daarom het aantal allochtone jongens dat ze binnen laten, stevig in de hand. Laat je er teveel binnen dan ontstaan er spanningen en komen er geheid problemen. Teveel hanen in een kippenhok zetten, leidt tot vechtpartijen. Discotheken kiezen voor een sociale mix die een goede sfeer garandeert. Dat betekent dat ze een toegangsbeleid voeren en allochtone jongeren zullen daar vaker het slachtoffer van zijn dan Nederlandse jongeren
Allochtone jongens lopen daarom nog niet aan tegen gesloten deuren van discotheken. Ze lopen aan tegen de gevolgen van de grenzen van hun eigen benauwde cultuur.
De roep van allochtone jongens dat ze gediscrimineerd worden, zit vol valse tonen. Onder andere over hun eigen dubbele moraal. Ze komen met lege handen op een feestje waar iedere bezoeker geacht wordt iets mee te nemen.
Eerlijk gezegd krijg ik steeds meer problemen met hun gemok. Dit is niet een probleem dat de Nederlandse samenleving zou moeten oplossen, want daar ligt het probleem niet.
Allochtone jongens moeten gewoon niet naar discotheken gaan zolang hun zussen dat (ook van hen) nog niet mogen. Als ze deze beperking accepteren zou het aantal geweldsdelicten in en rond discotheken wel eens behoorlijk af kunnen nemen.
We moeten discotheken niet beschuldigen van discriminatie maar ze steunen in hun aanpak en leren leven met de discrepantie tussen juridische rechten en sociale rechten.
Ondertussen dienen we ons zorgen te maken over de beelden die nieuwe generaties over elkaar ontwikkelen. Hoe zullen die beelden later van invloed zijn op de betrekkingen tussen bevolkingsgroepen?
Beleidsmakers en politici zouden meer oog moeten hebben voor de sociale problemen die botsende culturen voortbrengen.
Van mij mag SIRE een campagne beginnen die allochtone jongeren oproept om hun zussen mee te nemen naar de discotheek. Dat is namelijk de echte strijd die ze moeten leveren. De strijd tegen discodiscriminatie die zij voeren, is er een die het hen toekomend respect steeds verder ondermijnt. Er is pas sprake van gelijke rechten als allochtone jongens samen met allochtone meisjes de disco bezoeken. Dan hoeven ze niet meer te klagen over discriminatie.

Met dit kladblok is voor mij het einde van het schrijfseizoen aangebroken. Ik ga ontzorgen en kom weer terug als de zomer verdwijnt en mijn zorgeloosheid met zich mee heeft genomen.
Ik wens alle lezers een fijne zomer.

27 May 2006
By on 16:19
Tussen Pasen en Pinksteren

De Dijk is de mooiste plek van Volendam. Het water, de luchten, het bootjesgedoe, de terrassen, de gezellige cafés en restaurants, patatjes en ijsjes, het wandelende volk, het kijken en bekeken worden, maken de Dijk een unieke plek. Er zijn wel meer van die plekken in Nederland. Maar bijna nergens is het zo aangenaam vertoeven omdat de bebouwing de Dijk afschermt tegen alle westelijke winden. Het geheim van de Dijk is die beschutte ligging.
De vloek van de Dijk is het verkeer. Wat een ideale plek zou moeten zijn voor terrasjes en flaneren, wordt bedorven door verkeer.

Het is een van de redenen waarom ik niet vaak op de Dijk kom. Ik kan er thuis wel zo vaak kijken als ik wil. Er staat een webcamera op de Dijk die telkens vanuit een andere hoek beelden laat zien van wat er op de Dijk gaande is. Twee muisklikken en ik kijk mee op mijn computerscherm ( www.vanhout.nl/camA.html).

Op eerste paasdag haalde ik de Dijk al vroeg mijn werkkamer binnen. Voor café de Molen stond een lichtgekleurde toeristenbus vast. Teleurgesteld verwijderde ik het zicht op de Dijk weer uit mijn werkkamer. Mopperend ging ik naar beneden om mijn ongenoegen te compenseren met een stuk Paasbrood. Maagzuur was het gevolg.

Ik was niet de enige die het maagzuur kreeg van het verkeer op de Dijk. Her en der heb ik al de nodige protesten gezien. Een deel van die protesten was voorbarig. De nieuwe coalitie nu al schamperend toespreken dat de Dijk nog niet verkeersluw is, onthult de spreker als een vijand van de coalitie. Wat in veertig jaar achtereenvolgende colleges nog niet voor elkaar hebben gekregen, kan niet in een handomdraai geregeld worden. Alleen Groenlinks heeft hier recht van spreken. Ze doen dat al heel lang en heel consequent.

Het nieuwe college heeft verwachtingen gewekt. In heel voorzichtige bewoordingen hebben ze aangekondigd dat ze stappen gaan ondernemen die tot een definitieve oplossing moet leiden. Het is de vraag of die voorzichtige aanpak in de pas loopt met de sterke wens die onder de bevolking leeft. Er is een gevoel van urgentie dat ik maar vertaal als het gevoel dat het afgelopen moet zijn met het gedraal en getreuzel. Geen woorden, maar daden.
Met Hemelvaart en Pinksteren willen we kunnen flaneren, ongehinderd op een terrasje zitten en genieten van het uitzicht.

Waar een wil is, is een verkeersvrije Dijk
Ik wil wel even meedenken. Laten we de Dijk in twee stukken verdelen. Een noordelijk stuk en de rest. Het noordelijke stuk eindigt waar de bussen de draai maken naar het parkeerterrein achter Spaander. Die bussen moeten echter voortaan langs dezelfde weg weer terug. En dat kan ook. De noordelijke kant van de Dijk is dan afwisselend tien minuten beschikbaar voor het vertrekkende verkeer en voor het binnenkomende verkeer. Meer dan een paar stoplichten is er niet voor nodig. Ik beschouw dit als een Salomonscompromis tussen het deel van de Dijk dat het van bustoerisme moet hebben en het deel dat de eigen bevolking en andere toeristen bedient. Particulier verkeer moet helemaal worden uitgesloten. Voor de busondernemingen is het verder gewoon een kwestie van hun rit afstemmen op de doorgangstijden. Dat zullen ze snel onder de knie krijgen.

Dan de noordelijke dijkopgang. Na het onaantrekkelijke parkeerterrein komt er een hoge trap die de energie uit je benen haalt en die je de rest van je leven blijft herinneren als de tol die je moet betalen voor het prachtige uitzicht dat zich ontrolt als je eenmaal boven bent. Ik ben er pas nog geweest en vond het verschil tussen inspanning en beloning te gering. Daar moet dus een openbare roltrap komen. Een opgaande en een neergaande zodat we niet discrimineren tussen de komende en de gaande bezoekers. Een dergelijk roltrap zou de behoefte om per bus achter Spaander afgezet te worden wel eens sterk kunnen verminderen.

Stoplichten zijn in een oogwenk te regelen. De roltrappen zullen wel een paar maanden vergen en ondertussen kunnen we nadenken over andere maatregelen om de Dijk aantrekkelijk te maken. Een inrit/uitrit via de golf van Ma naar het parkeerterrein achter Spaander kan het traject voor bussen op het Noordeinde bekorten. Een weg onderlangs als favoriete oplossing, is het beste idee om oplossingen nog heel lang voor ons uit te schuiven. Laten we voorlopig alle grootse ideeën maar vergeten. Ze zijn onbetaalbaar.

Kom ik vaker op de Dijk als die stomme bussen en auto’s verdwenen zijn? Stel uzelf die vraag maar eens. Vraagt u zich ook maar eens af voor hoeveel mensen uit de regio een tripje naar de Dijk weer aantrekkelijk wordt.

Op een dag, binnenkort, word ik wakker. De droom van een autovrije Dijk is dan geen droom meer. Dan heb ik nog maar één wens: een paar toprestaurants, die de internationale trends volgen en niet de Volendamse verwachtingen. Visrestaurants welteverstaan. Het water loopt me nu al in de mond.

26 April 2006
By on 07:12
Een nieuw college, een nieuwe raad

Als ik dit schrijf, moet het nog gebeuren. De installatie van een nieuw college van Burgemeester en Wethouders. Het zal gebeuren op dinsdag 18 april. Gisteren dus, als u dit leest in de NIVO van woensdag. Ik heb met spanning uitgekeken naar het coalitieakkoord dat Volendam ’80, Recht door Zee en de Partij van de Arbeid met elkaar hebben gesloten. Het kwam beschikbaar voor het publiek op dezelfde dag dat het aan de achterbannen werd voorgelegd. Een begin van openheid.

Bekend is dat VD’80 als initiatiefnemer voor de te vormen coalitie een zorgvuldige procedure heeft gevolgd. Even is het spannend geweest toen het leek dat CDA en PvdA onderling al een overeenkomst hadden gesloten: samen er in of samen er buiten. Gelukkig hebben ze dat standpunt laten varen. Het was onrealistisch. Het CDA heeft in de vorige coalitie niet veel vrienden gemaakt bij VD80 of bij RdZ. Met een dergelijke geschiedenis achter de rug zou het niet verstandig zijn geweest om toch samen in een coalitie te gaan zitten. Bovendien wees de kiezersuitspraak niet in die richting.

Het coalitieakkoord heeft als motto: “Een gemeente die gezien mag worden en waar je je thuisvoelt!.” Een beetje knullige zin, die onvoldoende duidelijk maakt waar het in het coalitieprogramma om draait. Het is een mooi programma geworden. Het is geen breuk met het verleden geworden, er wordt niet schreeuwerig aan puinruimen gedaan en de toekomst heeft mooie accenten gekregen.

Een belangrijke onopgeloste kwestie uit het verleden is opgelost. PiusX blijft op de Zeestraat. Het PiusX, zoals we dat kennen. Voor PiusX en het Edamse SWE wordt versneld ruimte gemaakt binnen de begroting. En met dat laatste woord zijn we ook aangekomen bij een van de belangrijkste kenmerken van het akkoord: financieel realisme. Dure plannen (stadskantoor bijvoorbeeld) zijn in de ijskast gezet. Er staat een voorzichtig financieel beleid op de agenda.

De vrees voor belastingverhogingen is bij mij sterk gedaald. Rond Dijkwijk is voor een haalbaar en flexibel beleid gekozen. Geen star plan. Kijken wat haalbaar is en onderzoeken hoe de haalbaarheid verder kan worden vergroot. Het veto tegen een noordelijke ontsluiting uit het vorige college is vervallen en omgezet in een politiek elegante oplossing. De meerderheid beslist, en zo hoort het ook.

Verdere modernisering van het gemeentelijke apparaat en het gemeentelijk functioneren zijn andere hoofdonderwerpen in het programma. Een autovrije Dijk staat niet letterlijk in het programma, wel dat er op de korte termijn een uitbreiding wordt nagestreefd die voor de zaterdag en zondag een oplossing biedt. Voor een meer definitieve oplossing wordt er verder onderzoek gedaan. Over onderwijs heb ik helaas nauwelijks hartverwarmende voornemens gezien. De nieuwe wethouder Bond moet op dat terrein misschien nog een beetje geprikkeld worden.

Bestuurlijk gezien is het een akkoord op hoofdlijnen. Nu al is de de kritiek te horen dat het programma oppervlakkig is. Die kritiek deel ik volstrekt niet. De hoofdpunten zijn niet vrijblijvend. De wethouders zullen verder nog voor hun eigen terrein een meer gedetailleerd programma aan de raad voorleggen. Zo voorkom je dat wethouders het knechtje worden van een tot op de komma vastgelegd akkoord van hun partijen. De raad krijgt wel het laatste woord.

Met wethouder Luyckx heb ik wel een beetje medelijden. Eerst werd hij naar PiusX gestuurd met de boodschap dat het weg moest uit de Zeestraat. Vlak voor de verkiezingen kwam hij met de boodschap dat er vooral een theaterfunctie op de Zeestraat moest komen. Vanaf vandaag kan hij samen met PiusX aan de slag om alle gewenste centrumfuncties in een nieuw gebouw aan de Zeestraat onder te brengen. Hem kennende zal hij zijn schouders er onder zetten en vermoedelijk blij zijn met de steun en ruimte die hij binnen het nieuwe college krijgt.

Als u zich afvraagt of ik dit college net zo kritisch zal gaan volgen als het vorige, is het antwoord duidelijk: ja. Ik zal ook dit college op de huid blijven zitten als het gaat om een gezond financieel beleid, eerlijke en open communicatie met de bevolking, het zoeken van legitimatie van besluiten onder de bevolking en een beperking van de financiële lasten voor burgers.

Misschien zal ik het vorige college missen omdat het regelmatig goed was voor een vlammend kladblok. Als mijn stukjes over politiek in de toekomst zo saai worden als dit, zal ik naar andere onderwerpen moeten gaan uitkijken.

Het CDA wens ik een mooie retraite. Misschien moeten ze eens gaan praten met André Rouvoet. Die heeft iets wat het CDA niet (meer) heeft. Gemeend en oprecht hoop ik dat ze terugkomen als een vernieuwde en vernieuwende partij waar de bevolking weer interesse voor heeft. Anders wordt het te gemakkelijk voor deze coalitie. Ik wens het college en de raad veel succes.

19 April 2006
By on 06:53
De angst voor huidkanker

Vorig jaar verscheen er een advies van het Koningin Wilhelmina Fonds om de zomerzon te mijden of de huid dik in te smeren met antizonnebrand. Het is een slecht advies.
Amerikaanse wetenschappers hebben uitgerekend dat ieder huidkankergeval dat met het advies wordt voorkomen, er honderd andere ziektegevallen ontstaan die met een slimmer zonbeleid er niet zouden zijn geweest.
In één ding heeft het KWF volkomen gelijk: verbranden van de huid door zonnestraling is slecht.
Het blootstellen van de onbeschermde huid aan de zon is echter van levensbelang. Het mijden van de zon is slecht. Het insmeren van de huid is een schijnoplossing. Het gaat verbranden van de huid tegen, maar het verhindert ook dat de zon vitamine D aanmaakt in de huid.
Het advies van het KWF moeten we dus met een korreltje zout nemen. De truc is: wel zon, maar geen verbranding.
Als we twintig minuten in de zon zitten, maakt de huid ongeveer 500 microgram pro-vitamine D aan. Dat is ongeveer hetzelfde als 100 tabletjes van 5 microgram uit een potje van het Kruidvat. De huid stopt daarmee als hij bruin wordt. Het bruin worden is een bescherming tegen een te grote aanmaak van vitamine D.
Heel mooi, hoor ik u denken, maar wat heb ik er aan?
Dat kan ik u uitleggen. Buiten onze waarneming is rond vitamine D zich een revolutie aan het ontwikkelen. De allerlaatste opwinding bijvoorbeeld is dat vitamine D tuberculose geneest.
Uit allerlei onderzoeken blijkt dat deze vitamine een grote rol speelt bij hart- en vaatziekten, diabetes, depressie, migraine, multiple sclerose, auto-immuunziekten, dementie, verschillende kankersoorten, het rijtje is moeiteloos uit te breiden.
De meesten van ons weten dat niet. We weten hooguit dat een beetje vitamine D goed is tegen osteoporose, de ontkalking van botten.
De reden is dat er nog steeds een fel wetenschappelijk debat gaande is. Ondanks intensief onderzoek, is er nog maar weinig bekend over hoe de vitamine werkzaam is in ons lichaam. Inmiddels zijn er zo’n 45 soorten lichaamscellen gevonden die een bindingsplaats voor vitamine D hebben. Naasts het gebrek aan fundamenteel inzicht, is er tegenwoordig echter wel veel bekend over wat vitamine D doet. Een voorbeeld. Een wetenschapper die denkt dat vitamine D goed zou kunnen zijn om bijvoorbeeld borstkanker te voorkomen, geeft duizend vrouwen een grote dosis Vitamine D en 1000 vrouwen niet. Na twee jaar kijkt hij hoeveel vrouwen borstkanker hebben gekregen. In de groep die vitamine D gehad heeft, blijkt er dan veel minder borstkanker voor te komen. Een verklaring ontbreekt echter, er is geen inzicht welke plaats vitamine D heeft in de keten van biochemische reacties en hoe het, in dit geval, bijdraagt aan het voorkomen van borstkanker.
Er is ook discussie gaande over hoeveel we er van nodig hebben. Onze regering beveelt 15 microgram per dag aan. Dat zijn drie tabletjes uit het potje van het Kruidvat. Onzin, roepen steeds meer deskundigen, het zou iets tussen de 50 en 100 microgram moeten zijn. Ze verwijzen naar wat we via de huid aan pro-vitamine D kunnen aanmaken. Deze deskundigen zijn aan de winnende hand. Ze hebben inmiddels ook bewezen dat de vitamine alleen giftig is in extreme hoge doses. Daarbij moet u denken aan een potje met 300 tabletten van 5 microgram per dag.
Mijn zonadvies luidt dan ook: 10 tot 20 minuten zon per dag, zonder bescherming. De zon is alleen tussen ongeveer half april en half augustus sterk genoeg om vitamine D in de huid aan te maken. Buiten die periode neemt u gewoon wat tabletjes. Hoeveel? Dat moet u zelf maar uitmaken. Het beste is het als u zelf de beschikbare informatie leest. Ik doe dat onder andere op de website www.vitamindcouncil.com , een onafhankelijke website waar geen onzin wordt verkocht en geen loze beloften worden gedaan.
Het meest overtuigende dat ik daar heb gevonden is het inzicht dat zo’n honderd jaar geleden 80% van de bevolking voldoende buiten was en voldoende zonlicht kreeg. Het aantal mensen dat buiten werkt is sindsdien alleen maar afgenomen. Het aantal mensen dat zich buiten verplaatst is ook afgenomen, we nemen de auto of de bus, we lopen bijna niet meer dagelijks in de zon. Sinds die honderd jaar zijn we er in geslaagd om met antibiotica ziekten te bestrijden waar mensen vroeger aan dood gingen. Andere ziekten zijn sindsdien in omvang toegenomen en een groot deel daarvan heeft te maken met een gebrek aan vitamine D. Één van de deskundigen die ik heb gevonden op de website die ik hierboven heb genoemd, zegt dat we als het om vitamine D gaat, we onze cellen op een hongerdieet zetten.
U hoeft me niet te geloven. Maar kijk op een regenachtige dag eens naar die website.

Voor informatie over dit onderwerp:
http://vitamindcouncil.com

12 April 2006
By on 06:40
Het was me een gekkenhuis!

28 maart in het Spoor van 16.00 tot 19.00 uur. De verwachtingen waren laag, maar het Spoor was afgeladen. Alle zitplaatsen bezet, een tekort aan geïmproviseerde zitplaatsen, sommige mensen moesten staan. De organisatie was blij met die onverwachte opkomst.
Het thema van de bijeenkomst was: ‘doorbreek je isolement’. Het doel van de bijeenkomst was om te peilen of er in Volendam behoefte is aan een ontmoetingsruimte voor mensen met een psychiatrische aandoening.

Ik heb daar maar meteen een pleidooi gehouden om die laatste omschrijving voor goed te vergeten. Als je het aan je hart hebt, zeg je gewoon: ik heb het aan mijn hart. Je zegt niet: ik heb een cardiologische aandoening. Als je diabetes hebt zeg je ook niet dat je aan een endocrinologische aandoening lijdt, behalve als je heel geleerd wil overkomen. Nee, zeg maar gewoon dat je manisch-depressief bent, schizofreen of dat je een angststoornis hebt.

En als je dan toch een verzamelnaam wilt, kun je nog altijd zeggen: ik heb het aan mijn hersens. Een psychiatrische stoornis is op de eerste plaats een ziekte van de hersens.
Het ligt niet aan je karakter, je opvoeding, je huwelijk of je capaciteiten. De aanleg voor dit soort ziekten wordt via de genen doorgegeven. Van mijn eigen aandoening: manisch-depressiviteit is recent het gen ontdekt dat de verkeerde eiwitten produceert.

Van schizofrenie hebben psychiaters jarenlang geroepen dat het komt door een gevoelsarme moeder of het praten met dubbele bodems. Daar hebben ze duizenden mensen hopeloos ongelukkig mee gemaakt, misschien wel gek. Ik voorspel dat ze het gen, dat daar voor verantwoordelijk is, vandaag of morgen ook wel zullen vinden. In Nederland heeft ongeveer 10% van de bevolking op dit ogenblik een hersenziekte, waarvan het gemeenschappelijke kenmerk is dat de lijders aan dat type ziekte wanen hebben. Het mechanisme om de indrukken van de zintuigen correct aan de hersens door te geven werkt dan niet goed meer. Bij de meeste mensen is dat verschijnsel met medicijnen te verhelpen.

In onze gemeente komt 10% overeen met zo’n drieduizend mensen. In Volendam komt depressiviteit iets vaker voor dan gemiddeld. De helft van de mensen die het treft, heeft medische hulp nodig. Het aantal dat werkelijk hulp krijgt ligt veel lager. Ziekten waarbij de waan het meest kenmerkende verschijnsel is, staan in een verkeerd daglicht. Onbekendheid met de aandoening is daarvan de belangrijkste reden. Deze onbekendheid veroorzaakt door gebrek aan inzicht: angst, schaamte, afwijzing en vermijding. Het beeld wordt nog te veel bepaald door de historie van deze ziekten. Vroeger leerde ik dat ik die mensen moest mijden en al helemaal niet kwaad moest maken. Dankzij de moderne medicijnen is daar allang geen reden meer voor.

Bij een waan is de waarneming van jezelf en de buitenwereld verstoord door een defect in de chemie van de hersenen. Ter compensatie beginnen je hersenen dan maar op eigen houtje de zaak in te vullen met ‘droombeelden’. Evolutionair oudere delen van de hersenen worden dan actiever dan ze zouden moeten zijn. Je normale ego valt weg. Een buitenstaander ziet dat gemakkelijk. Als je er zelf aan lijdt, verkeer je echter in de waan dat het drogbeeld, dat je hersens produceren, de werkelijkheid is. De vatbaarheid voor stress is ook en kenmerk van de gebrekkig functionerende hersenchemie.

De waan zelf hoort bij de acute fase van de ziekte. In de herstelfase brengen medicijnen het beeld van de werkelijkheid weer terug. Veel mensen hebben maar één keer een acute fase. Als je pech hebt, overkomt het je vaker, soms veel vaker. Bij depressiviteit zie je alles zwart, vooral jezelf. Je ziet jezelf als een last voor je omgeving. Door die waan besef je niet meer dat niemand volmaakt is en het leven ook niet volmaakt kan zijn. ‘Normale’ mensen lukt het wel om met die onvolmaaktheden te leven. Die gebruiken mechanismen als verdringing, rationalisering en projectie als overlevingsstrategie.

De suïcidaliteit die de acute fase van deze ziekten, vooral depressiviteit, kenmerkt, heeft trouwens merkwaardige kanten. Mensen die het hebben meegemaakt denken niet in termen van zelfmoord zoals dat door de buitenwereld wordt waargenomen. Ze voelen zich vooral uitgenodigd om het leven los te laten en zich te voegen bij een soort van onmetelijk brein. Dat kan een obsessie worden die zonder ingrijpen niet meer over gaat. In spirituele tradities worden wanen als positief opgevat omdat ze, ondanks hun verwarrende symboliek, tot rechtstreekse waarnemingen zouden leiden. ‘Normale’ mensen zouden alleen maar met zichzelf en de wereld kunnen leven omdat hun waarneming de werkelijkheid verdraait en mooier maakt dan hij in feite is. Daar zou iets in kunnen zitten. We hebben echter een taak in deze wereld en een hersenziekte is daarbij een handicap.

De erkenning van de ziekte is de eerste stap op weg naar herstel. Die erkenning strandt nog al eens op schaamte, verzet en afwijzen van hulp. Als samenleving helpen we met onze angst het taboe in stand te houden. Het doorbreken van het taboe is letterlijk van levensbelang. Lotgenotencontact kan daarbij helpen. Met een ontmoetingsplek kunnen veel mensen worden geholpen. Voor mensen die in de ontkenningsfase zitten of in een acute fase, help dat niet. Daarom heb ik er op die bijeenkomst voor gepleit om een ‘maatjesproject’ op te zetten. Mensen die de zo’n ziekte hebben doorgemaakt, kunnen vooral in die situaties een rol spelen omdat ze aan een half woord genoeg hebben en hun eigen geschiedenis als spiegel kunnen gebruiken.

Er waren veel mensen in het Spoor. Ik hoop dat we nu met genoeg mensen zijn om met de afbraak van dat taboe te beginnen en lotgenoten op weg te helpen. Je bent zoveel méér dan je ziekte. Ook dat deel vraagt onuitputtelijke aandacht. Niet alleen voor jezelf, óók voor je omgeving. Doorbreek je isolement! Je huisarts heeft wel een adres.

5 April 2006
By on 06:37
Tribute voor the Cats

Het is begin zeventiger jaren van de vorige eeuw. We wonen in het oosten van Nederland, niet ver van de duitse grens. Het is mooi daar. Maar het bekoort me niet. Het is een land zonder verten, zonder horizonnen zonder sloten en zonder koeien. Ik kan niet ver genoeg kijken en dat benauwt me. In de auto, op weg naar werk, wordt een nummer van ‘The Cats’ aangekondigd. Ik ben vergeten welk nummer dat was, maar het moment herinner ik me nog als de dag van gisteren. Ineens raakt mijn auto gevuld met verten en horizonnen, met water en wind en met het verlangen naar het landschap van mijn jeugd. Eigenlijk besef ik niet waar het nummer over gaat. Maar het ontroert me en het ontsluit gevoelens waarvan ik me niet bewust was. Dat geluid wil ik vaker horen. Ik zal en moet een plaat van ‘The Cats’ hebben. Ik heb, tot nu, nooit van ze gehoord, maar ik voel dat ze een snaar bij me raken die ik wel vaker wil laten trillen. Het is het verlangen naar het landschap van mijn jeugd.

Net verhuisd, jong gezin, eigenlijk staan platen van popbandjes helemaal onderaan op onze prioriteitenlijst. Maar die prioriteitenlijst is op slag veranderd. Ik kan niet verder zonder die muziek. Tijdens de pauze van mijn werk in de grote stad ga ik op zoek. Bij de plaatselijke V&D vind ik waar het me sinds kort aan ontbreekt. De plaat heeft een gouden hoes met groene letters. De pretentieuze ondertitel luidt: ‘Colour us Gold’. Ik heb hem nog steeds.

Ik ga wat vroeger naar huis dan anders. Stralend en vol verwachting draag ik mijn trofee naar binnen en loop rechtstreeks naar de platenspeler. “Moet je dit eens horen”, roep ik tegen mijn vrouw. Nieuwgierig loopt ze naar me toe en constateert op een ontnuchterende toon: “Je hebt een plaat gekocht, nou, nou, jij barst zeker van het geld?” Ik negeer haar compleet en ga verder met waar ik mee bezig ben, een plaat opzetten. Ik neem met overmoed het risico van haar afkeuring. Ik weet zeker dat het ook haar zal raken. En dat doet het. Het is overdreven om te zeggen dat bij het horen van de muziek de tranen over onze wangen biggelen. Maar het is zeker dat we beiden ontroerd luisteren naar de muziek die onze huiskamer vol tovert met verten en horizonnen.

Het is onze eerste popplaat naast een bescheiden collectie klassieke muziek. Maandenlang zal hij onze favoriet zijn. We luisteren keer op keer en zonder dat we het direct beseffen, ontstaat een verlangen dat niet valt te negeren. We willen terug, terug naar de kust, terug naar de open landschappen, terug naar de verten, terug naar het water. De muziek van ‘The Cats’ hebben een verlangen gewekt dat vóór die tijd niet benoembaar was.

Dat verlangen ging verder zijn eigen weg. Iedere keer als we terug waren in Noord-Holland leek het meer op thuiskomen dan op bezoek zijn. We hoefden elkaar maar aan te kijken om te weten dat we terug wilden. Wij horen bij dat landschap en dat landschap hoorde bij ons. “Sail Away” gezongen door Piet Veerman, werd de drager van het verlangen om op weg te gaan. Op weg naar huis.

Sindsdien zijn we fans van ‘The Cats’, maar noem die muziek in ons bijzijn geen palingsound. Het is misschien een typisch Volendams geluid, ik hoor het ook bij Carola bijvoorbeeld, maar het is veel universeler dan dat misplaatste paling-etiket. Misschien ga ik nu overdrijven, maar het is geluid dat verlangen wekt. Het verbindt verleden en toekomst omdat het uitdrukking geeft aan het universele gevoel van heimwee naar een toekomst die we niet precies kennen, maar waarvan de landkaart in ons hart ligt opgeslagen.

Misschien dat de muziek voor iedereen dezelfde heimwee wekt, maar telkens een persoonlijk landschap oproept. De muziek is bijvoorbeeld in Duitsland nog steeds populair. Iedere keer als we, op weg naar of vanuit Polen, door Duitsland rijden, horen we Catsnummers op de radio. En ook in Polen zijn we een Catsfan tegen gekomen. Een vrouw die een cassettebandje met krakende muziek opzette om ons te laten horen welke muziek haar heimwee naar de toekomst vertolkt. Het geheim van de Catsmuziek ligt in de combinatie van melodieën, ritme, harmoniën, stemmen, akkoordwisselingen en versierlijnen. Het is opgetrokken uit vakmanschap, toewijding en begeestering.

Ik weet niet of ‘The Cats’ het zelf beseften toen ze die muziek en die stijl ontwikkelden. Het publiek heeft het echter altijd geweten. Veel nummers zijn terecht klassiekers geworden.
De Catsleden zijn beslist aangeraakt door een magie die hen groter heeft gemaakt dan ze zelf zijn. Ze zijn gekust door een muze en die liefde hebben ze met overgave beantwoord. Prachtige muziek is daar uit voort gekomen.

Het meest verdrietige nummer vind ik ‘The end of the show’ met Cees Veerman als zanger. Aan alle dingen komt een einde, in dat nummer is dat prachtig tot uitdrukking gebracht.
De fan-organisatie heeft er goed aan gedaan om een laatste tribute te organiseren. Het lintje dat de bandleden daarbij kregen van de Koningin, is van ons allemaal en ook van de Koningin zelf. Op de perspresentatie werd verteld dat de muziek van ‘The Cats’ ook tegen de binnenmuren van paleizen weerkaatst.

29 March 2006
By on 08:45
Een Gekkenhuis.

Een fantastisch geslaagde aktiviteit wordt op Volendam vaak een ‘gekkenhuis’ genoemd. Daar moest ik wel aan wennen. Bij mij was een ‘gekkenhuis’ iets waarbij je zo ongeveer het overzicht verliest omdat alles anders gaat dan je had gedacht.
Ik moest daar aan denken toen ik de aankondiging zag van een aktiviteit in het kader van de “week van de psychiatrie” op dinsdag 28 maart in PiusX van 16.00 tot 19.00 uur. Voor broodjes is gezorgd. Ik hoop dat het daar een ‘gekkenhuis’ wordt. Ik ga er zelf ook heen.
Ik draag de psychiatrie een warm hart toe.Ik ga daar ook heen omdat ik zelf ooit op psychiatrische hulp was aangewezen. Ik weet wat het is.
Ruim tien jaar geleden begon het met slecht slapen. Dat duurde lang, je raakt er aan gewend, maar ik had niet het idee dat er echt iets met me mis was. Mijn werkgever vond dat wel en stuurde me naar huis. Na een paar maanden ging het helemaal mis. Het leven had voor mij alle zin verloren. Ik was zo uit balans dat er voortdurend toezicht nodig was. Officïeel ben ik sinds die tijd manisch-depressief. De manische kant is niet ernstig, het is hypomanie. Als het een echte manie geweest was, zou ik bijvoorbeeld het hele gemeentehuis hebben getracteerd op mokkagebak of voor de CDA-fractie een voetreis naar Rome hebben georganiseerd en betaald. Bij hypomanie leef je echter in een flow, waarin alles lukt en je nooit moeheid voelt. Je haalt het alleruiterste uit je zelf. Behoorlijk verslavend is dat. Mijn depressieve kant is ernstiger. Voor mijzelf, maar zeker ook voor mijn omgeving.. Tien jaar geleden ging het goed mis. Een onderdrukte depressie had me volledig uitgeput en ging zijn eigen weg. Ik kon letterlijk geen enkele prikkel meer aan, alles was te veel en bracht me uit balans. De televisie kon ik niet meer verdragen, bezoek wilde ik niet zien en mijn vrouw moest wel aanwezig zijn, maar ook uit het zicht blijven. Alleen muziek kon ik verdragen…, als het maar requiemmuziek was. Sindsdien heb ik van iedere componist die ooit een requiem schreef wel een CD in huis, want mijn vrouw werd gek van die van Mozart. Gekker werd het toen ik stemmen begon te horen, fabeldieren uit de grond zag opstijgen en mijn vrouw waarschuwde dat de nieuwslezer de kop van een reptiel had en het tegenovergestelde van de waarheid vertelde. Ze vertelt er nog wel eens over, want ze vond dat ook wel een beetje amusant.
Hersens zijn rare dingen. Verbaast u zich nooit over wat onze hersenen klaar spelen als we dromen? Als ons waakbewustzijn slaapt, produceren onze hersenen de meest fantastische dingen op een geloofwaardige en gedetailleerde manier. Veel psychiatrische ziekten zijn daar wel mee te vergelijken. Je leeft in een andere realiteit dan normaal en je ziet de wereld anders dan hij is. Je loopt vast en bent in de war. Je leeft in een soort droom en denkt dat het de werkelijkheid is. Het drama is dat anderen dat veel eerder zien dan jijzelf. Daardoor raak je gemakkelijk in een isolement.
Tegenwoordig kan de wetenschap hersenziekten wel een beetje verklaren. Bij een psychiatrische ziekte is een verstoring opgetreden van het chemisch proces in de hersenen. Vaak is er sprake van aanleg. Meestal is er echter iets nodig om dat naar buiten te brengen. Dat kan een schokkende gebeurtenis zijn, maar ook langdurige uitputting is een prima aanleiding voor het ontstaan van psychische ziekten.
Ik heb goede hulp gehad. De pillen van de psychiater hielpen. Na twee jaar was ik volledig hersteld. Genezen kun je het niet noemen. Sindsdien moet ik bijvoorbeeld stress vermijden, niet te veel op één dag willen doen en goed op signalen als vermoeidheid, prikkelbaarheid of slecht slapen letten. Als ik daarmee rekening houd, kan ik weer alles, vooral op de goede dagen. Aan mijn hersenen mankeert niets zolang de chemie op orde blijft.
Ik heb ook veel hulp uit mijn omgeving gehad. Het naar buiten treden met mijn verhaal zie ik dan ook een beetje als het inlossen van een schuld. Zodra bij mij de ernstigste verschijnselen met behulp van medicijnen waren verdwenen, leefde ik op als ik bezoek kreeg. Gewoon met mensen over alledaagse dingen en koetjes en kalfjes praten, werkte als een medicijn. Het ontlastte ook mijn vrouw.
Daarom werd ik dan ook enthousiast toen ik die aankondiging van PiusX las. Die werkgroep wil peilen of een regelmatige aktiviteit de belangstelling heeft van mensen die met een psychiatrische ziekte hebben te maken. In de tijd dat ik ziek was, zou het een uitkomst zijn geweest als ik twee keer in de week naar zo’n bijeenkomst had kunnen gaan. Om te praten met mensen die hetzelfde hebben doorgemaakt en je daarom onmiddellijk begrijpen. Dan ligt de drempel niet hoog. Het geeft ook een beetje structuur aan je leven.Vanuit zo’n plek zijn er ook weer andere dingen mogelijk. Bijvoorbeeld psychiatrische ziekten een beetje uit de taboesfeer proberen te halen. Waarom dat nog nodig is weet ik eigenlijk niet goed. Waarom vertellen mensen je wel bijvoorbeeld alles over hun migraine maar zelden over hun depressie? Alsof je je daar over moet schamen.
Ik schaam me niet. Een psychische aandoening kan ieder van ons overkomen. Doe jezelf en je omgeving niets tekort. Doorbreek het isolement! Voor jezelf én je omgeving is het dan plezierig als er een netwerk is waar je op terug kunt vallen.
Op dinsdag 28 maart tussen 16.00 en 19.00 uur zal ik in PiusX (ingang ‘t Spoor) daar nog eens voor pleiten. Ik hoop dat het een gekkenhuis wordt.

22 March 2006
By on 07:44
Poolse Portretten: Daria.

Terwijl de politieke aardverschuivingen nog nadreunen en in achterkamertjes over een nieuwe coalitie wordt bedisseld, zegt mijn hoofd dat ik over Daria moet schrijven. Meestal heeft hoofd gelijk. Het is mijn makke dat ik daar niet altijd blind op durf te vertrouwen.
Daria dus, het meisje dat bij toeval in ons leven kwam. Zij had daar ook weer zo maar voorgoed uit kunnen verdwijnen. Maar Daria is gebleven. Aan de hand van dit soort gebeurtenissen vraag ik me wel eens af hoeveel toeval er in toevalligheden zit.
We hadden uit een van de gezinnen die we in Jarocin kennen de vraag gehad of hun oudste dochter Marta bij wijze van vakantie een paar weken bij ons mocht logeren. Wat ons betreft was er maar een bezwaar. Marta sprak uitsluitend Pools en bij een logeerpartij van een paar weken wordt dat erg vermoeiend. Akkoord, zeiden we daarom, mits er een goed Engels of Duits sprekende vriendin meekomt. Die waren er niet en ook in onze kennissenkring was er niemand beschikbaar voor die periode. We legden onze vraag voor aan Peter Vogels, een Nederlander die daar woont en Engelse les geeft. Hij kwam met Daria aanzetten en na een kort kennismakingsgesprek leek het ons een goede oplossing.
Stelt u Daria voor: een stevige meid, enthousiast, vol humor en met een scherp verstand. Vanaf het eerste moment in Nederland vertaalde ze voor Marta consequent ieder woord en zucht. Voor ons deed ze, omgekeerd, hetzelfde. Al na een paar dagen haperde haar Engels niet meer en vormde ze een humorvol koppel met Marta.
Twee jaar later kwam Daria alleen. Ze werd door ons, volkomen depressief, opgevist uit een teneergeslagen gezin dat, overweldigd door angst voor de toekomst, volledig verlamd was. Daria’s vader, wiens baan al een paar jaar op de tocht stond en die al menig reorganisatie had overleefd, was ontslagen. Van zijn soort, meester-timmerman, zijn er zo veel in Polen dat gezien zijn leeftijd en de heersende werkeloosheid een nieuwe baan een wonder zou vergen.
Een werkeloosheidsuitkering duurt in Polen een half jaar en bedraagt zo’n honderd euro per maand. Daar kun je niet van leven. Na een half jaar zouden ze niet méér hebben dan de inkomsten van haar moeder uit een kwartbaantje in een banketbakkerswinkel en het nog magerder pensioentje van haar inwonende oma.
Voor Daria betekende het een streep door haar toekomst. Net geslaagd voor haar gymnasiumdiploma en na een zwaar toelatingsexamen toegelaten tot de universiteit van Poznan. Met het wegvallen van haar vaders baan was daar helemaal geen geld meer voor. We namen haar mee om haar te troosten en tijdens haar verblijf hier rijpte een plan dat spontaan reacties uitlokte. Met wat vrienden en kennissen hadden we snel een sponsorpot bij elkaar waarmee we het eerste studiejaar zouden kunnen overbruggen. Voor Daria een geschenk uit de hemel en vol overgave stortte ze zich een jaar op de studie van Engels en Japans. Gedurende dat jaar kwam er geen nieuwe oplossing uit het gezin, maar Daria vond er zelf wel een. Met een baantje bij een restaurant, financierde ze zelf het tweede jaar. Zéér ongewoon in Polen, want een universitaire studie is daar buitengewoon veeleisend. Ze hield het dan ook niet vol. Het jaar daarna ging ze Engelse les geven op een soort VMBO en vervolgde haar studie op de weekeinduniversiteit. Het werd een zware opgave die haar ook weer uitputte. Van de enthousiaste en humorvolle Daria bleef steeds minder over. Ze maakte een nieuw plan. Ze zou de drie zomermaanden in Engeland gaan werken om een nieuw jaar voltijdsstudie bij elkaar te verdienen. Ze ging, vond werk en….bleef. Ongerust bestookten we haar met Sms’jes en dachten al weer aan een sponsorplan. Maar alles is goed gekomen. Ze werkt als weekendmanager van een klein hotel en studeert Engels en Politicologie aan de universiteit van Birmingham. Het gaat goed. De laatste keer dat we haar zagen, was de Poolse armoede van haar afgegleden en bloeide ze uitbundig als een bloem die te lang in de knop heeft moeten zitten.
Ook met haar vader is het goed gekomen. Hij werkt in Londen en is daar een gewaardeerd timmerman in restauratieprojecten.
Thuis in Jarocin waar haar twee broertjes, haar moeder en Oma wonen is de angst verdwenen. Echt gelukkig zijn ze niet. Het gemis van twee dierbare familieleden is een hoge prijs voor de vlucht uit de armoede.
Ruim hebben ze het wel. Voorheen waren er van de twee slaapkamers er één bestemd voor Daria en de ander voor haar jongere broers. Vader, moeder en oma sliepen in de woonkamer. Dat is een vrij gewoon verschijnsel in Polen waar je van iedere zitbank in een handomdraai een bed kan maken. Daria’s moeder heeft nu een eigen slaapkamer die ze eens in de drie maanden een week met haar echtgenoot deelt. Oma wil niet anders dan in de woonkamer slapen, zoals ze heel haar leven al deed.

15 March 2006
By on 07:34
Zicht op Zakkenvullers.

Als u dit leest, is de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bekend. Spannend, want nu ik dit zit te schrijven, hoop ik op een wisseling van de wacht. Wat voor College zullen we straks krijgen?
Vandaag weten we ook wie onze nieuwe raadsleden worden. Over hen wil ik het even hebben. Het woord ‘zakkenvullers’ heb ik in de kop van dit stukje gekozen. Als het om politici gaat, wordt dat woord immers nogal al eens gebruikt.
Wel, als je je zakken wil vullen, moet je zeker géén raadslid worden. Volgens ons ministerie van Binnenlandse Zaken, krijg je daarvoor iets meer dan 600 euro bruto per maand. Als je van het netto-bedrag nog de onkosten afhaalt, blijft er geen vetpot over.

In een gedachtewisseling met een van onze kandidaat-politici, hadden we het over de kloof tussen de politiek en de burger. Wat veroorzaakt die kloof en hoe kan die kloof weer gedicht worden. Voor onze gemeente is dat een belangrijk vraag. Uit een vorig jaar gehouden onderzoek blijkt dat we buitengewoon tevreden zijn over het wonen in onze gemeente. We zijn echter ook buitengewoon ontevreden over onze politici. Dat is niet zo vreemd.
De afgelopen raadsperiode hebben we nogal wat voorbeelden kunnen zien van verbroken verkiezingsbeloften en ivoren-toren-gedrag.
Mijn gespreksgenoot was Albert Binken, hij studeert politicologie. Hij wees me op iets heel gewoons om die kloof te dichten. Zo gewoon, dat je het gemakkelijk over het hoofd ziet.
We hoeven niet meteen te denken aan referenda, raadsplein of burgerinitiatief. Die helpen, zeker, maar de belangrijkste mogelijkheid om die kloof te overbruggen is eigenlijk dat een raadslid zijn werk gewoon goed doet.
Ik neem een voorbeeld. Hoeveel politici, met de mondvol over PiusX zijn de afgelopen 4 jaar daar op bezoek geweest. Hebben met het bestuur en de staf daarvan gepraat? Hoeveel van die politici zijn gaan kijken bij de aktiviteiten om te controleren of hun eigen beelden wel klopten? Ander voorbeeld: ‘Red Volendam’ heeft in een publicatie laten weten welke politieke partijen contact met hen hadden gezocht. Te weinig! Hoeveel bezwaarmakers zijn niet weggezet als NIMBY’s, zonder dat politici werkelijk naar ze hebben geluisterd? Als je die voorbeelden op een rijtje zet, kun je al heel snel constateren dat veel politici weinig moeite doen om zich goed te informeren. Dan gebeurt het snel dat ze besluiten nemen terwijl ze maar heel eenzijdig zijn geïnformeerd. Maar met nota’s lezen en wat meningen oppikken in het politieke circuit, ben je er niet. Je moet de deur uit. Mensen opzoeken, praten, luisteren, haalbare compromissen onderzoeken. Pas als een raadslid breed geïnformeerd is over een onderwerp waarover de raad een besluit moet nemen, kan hij het college, degelijk voorbereid, partij geven.
Waarom doen politici dat zo weinig?
De meeste politici hebben gewoon te weinig tijd. Een fulltime baan en een druk gezin laten niet veel tijd over voor het degelijk werk maken van je raadslidmaatschap. Ik ben daar eigenlijk van geschrokken. Ik heb begrepen dat nogal wat politici het raadslidmaatschap er in hun karige vrije tijd bij doen.
Als het dan om prioriteiten gaat verliest het raadswerk het gemakkelijk van de baan, het gezin en de gezelligheid. Bij die baan en in je gezin worden je prestaties goed in de gaten gehouden. Maar wie houdt in de gaten of het raadslidmaatschap voldoende tijd krijgt? In het politieke circuit wordt al gauw geaccepteerd dat je druk…druk…bent, want ze hebben het allemaal druk. Bovendien weten politici van elkaar redelijk precies wie er wel of geen voldoende werk van maakt. Maar ze zwijgen er over, behalve in het roddelcircuit.
Voor mij is een raadslid dat te weinig tijd besteed aan zijn taak, gewoon een zakkenvuller. Een babbelkous die, zonder zich echt druk te maken, een zakcentje bijverdient. Een kletsmajoor die beweert dat hij mandaat heeft om zijn eigen gang te kunnen gaan. Een leugenaar die beweert zich voor de burgers in te willen zetten maar alleen aan zijn carriere denkt. Een gemeenteraadsvervuiler die onze hoop verkwanselt. Een volksvertegenwoordiger die dat alleen in naam is.
Ik ben van plan om dat soort lui het flink lastig te maken. Laten ze maar een dag vrij houden van hun baan om voldoende tijd te hebben voor hun raadslidmaatschap. Ik verwacht van ze dat ze op alle plekken waar wat aan de hand is, voldoende tijd nemen om te praten met burgers, met instellingen, verenigingen en vertegenwoordigers van categorale groepen. Daar ligt de basis van hun raadswerk. Daar ligt de belangrijkste mogelijkheid om de kloof te dichten.
Als ze het goed doen, zult u letterlijk kunnen horen dat ze u vertegenwoordigen in commissies en in de raad. Deskundigen bevestigen dat. Hun stelling is dat volksvertegenwoordiging (en contacten) het hart van het raadswerk vormt.
Als ze het niet goed doen, mogen we hopen dat hun partijen al binnen een jaar die kantjeslopers verzoeken om ruimte te maken voor een ander. Voor iemand die wel tijd heeft.
Ieder raadslid adviseer ik om een persoonlijk weblog te starten. Een goede manier om jezelf te verantwoorden, je werk transparant en je doen en laten controleerbaar te maken.

7 March 2006
By on 22:13